Fashionista

9:50 AM 2 Comments

Onlangs werd mij door Nieuwsvallei, een Gelders journalistiek platform, gevraagd om wat te zeggen over mode op het platteland en mode in de stad. Zijn er verschillen en zo ja, welke dan? Wat zie je in de stad wel en in de Achterhoek niet? Lopen ze op het platteland echt nog steeds op klompen en in klederdracht? En vooral, wat blijft er over van je eigen fashion sense, als je je garderobe meesleept van Amsterdam naar een boerderij in de klei? Klederdracht heb ik nog niet gezien, maar klompen hangen pontificaal aan de gevel van mijn hoeve. En die fashion sense, tja, dat is wel een pijnlijk punt. Want met killer heels in de modder, dat gaat nou eenmaal niet.

Ik heb een zwak voor mode. Kleding, schoenen, tassen, ik ben er gek op. Dat is niet altijd zo geweest, ik ben zeker niet als fashionista geboren. Als puber moest ik het vooral hebben van mijn vermogen binnen een uur een geschiedenisboek uit mijn hoofd te kunnen leren en het feit dat ik goed kon luisteren als mijn, veel hippere en populairdere, vriendinnen een schouder nodig hadden om op uit te huilen. Bovendien had ik de pech zowel een bril áls een beugel én een voorliefde voor baggy skaterbroeken te hebben, dus die schoonheidsprijs zat er voor mij niet in. Alhoewel er met een paar lenzen en een torenhoge factuur van een orthodontist in Amsterdam-Zuid wel een stijgende lijn in zat, heeft het nog een tijd geduurd voor ik de met fleece gevoerde capuchontruien voorgoed aan de wilgen hing.

Zo’n tien jaar geleden ontmoette ik op mijn werk een Italiaanse stijlkoningin, die met één blik over haar bureau zag dat er drastisch werk aan de winkel was. Daarna vulde mijn kast zich in rap tempo met vintage rokjes, kokette fifties jurken en hoge hakken. En sindsdien ben ik mijn hart verloren aan Chanel, Ted Baker en andere designers waarvoor ik qua salaris eigenlijk op de ministers-norm zou moeten zitten. Ik heb de afgelopen jaren dan ook bijzonder weinig gegeten. Van eens per maand een nieuwe Karen Millen raakte ik namelijk meer verzadigd dan van iedere avond een warme maaltijd, dus dan ga je prioriteiten stellen. Toen ik manlief ontmoette was hij in eerste instantie verheugd door mijn hoge hakken collectie, maar toen we eenmaal een en/of rekening hadden geopend vond hij het minder leuk worden. Al eerder zei ik dat ik vermoed dat hij zo verguld is met ons nieuwe boerenleven, omdat hij onze salarissen nu niet meer direct aan de verschillende winkeliers in de Amsterdamse negen straatjes hoeft te laten uitbetalen.

Inmiddels zijn mijn spijkerbroeken en ik weer bijna net zo onafscheidelijk als tien jaar geleden. Toen we de boerderij net gekocht hadden, heb ik nog even een dappere poging gedaan iedere morgen op stiletto’s de kippen te voeren, maar daar ben ik gauw van terug gekomen. Dagelijks dikke plakken zwarte modder van je roze Marc Jacobs strappy sandals af moeten schrapen is gewoon niet zo goed voor je humeur. En naast het feit dat rennen op palen van 6 cm niet bevorderlijk is voor het in stand houden van je enkelbanden, vinden de lokale hulpverleners je behoefte aan stijl geen geweldig excuus als je kinderen geschept worden door een tractor omdat jij ze niet bij kon houden. Dat begrijpen ze gewoon niet op het platteland. Ik koop dus voortaan kaplaarzen bij de Boerenbont, in plaats van laklaarzen bij de Bijenkorf.

Manlief is blij dat we nu geld over hebben om een goede fles wijn te kopen, of een nieuwe klopboor. Met ieder nieuw stuk gereedschap wordt hij complimenteuzer. Inmiddels beweert hij dat hij me net zo mooi vindt in een trainingsbroek, als in Chanel. Mijn Italiaanse vriendin stuurt me echter zeker drie keer per maand dreigberichten via WhatsApp, omdat ze op Facebook heeft gezien dat ik alweer hetzelfde fleecevest aan heb. En ikzelf ben verscheurd door de noodzaak om praktisch gekleed te gaan om het op mijn eigen landgoed te overleven, en het brandend verlangen stiekem kaartjes te kopen voor de New York Fashion Week. Het is een lastige spagaat: habitueren tussen de koeien en toch niet gezien willen worden in een katoenen overall. Ik lees op de wc stiekem huilend de Vogue en reis met met enige regelmaat af naar Amsterdam om bij de Bijenkorf met de Jimmy Choo’s te knuffelen. Daarna koop ik toch weer een nieuw rokje en hang dat in de kast naast de vele outfits die ook niet plattelandsproof zijn, zodat ik er af en toe liefkozend overheen kan strijken. Weinig bevredigend, maar soms moet je je hoogtepunten nou eenmaal faken.

Het zal dus wel de eerste en de laatste keer zijn dat mij gevraagd wordt mijn licht te laten schijnen op iets dat met mode te maken heeft. Nog een paar maanden en manlief heeft al mijn stadse outfits op de composthoop gegooid, waar ze langzaam zullen vergaan, samen met mijn modebewustzijn. De volgende keer dat ik naar Amsterdam ga, trek ik gewoon mijn fleecevest aan. Misschien als ik het combineer met mijn laatste paar schone stiletto’s, dat ik er nog mee weg kom.

2 comments:

  1. aaaaaaah (haha). Je arme pumps :-(
    Overigens was ik twee jaar geleden op een evenement in de Achterhoek (don't ask…) en daar werden behoorlijk prijzige overalls en praktische kekke laarsjes voor in de modder verkocht. Ik zal mijn (momenteel verweekte) hersenen eens pijnigen of ik nog kan achterhalen welke merken dit waren.

    ReplyDelete
  2. Wáár was dat??? Dan koop ik meteen alles ;-).

    ReplyDelete