Hollands glorie

11:54 AM 1 Comments

Laatst werd er een nieuw raam in onze woonkamer geplaatst. Hiervoor kwamen er twee glaszetters: een blanke, duidelijk recht uit de Hollandse klei getrokken man en zijn collega van Afrikaanse afkomst. Toen deze laatste met bewonderenswaardige handigheid ons raam in één keer uit de sponningen wipte, riep Terrorist nr. 1 verbluft: “Mama, wat doet die hele zwarte meneer nou?!”. Mijn dilemma was groot: of Terrorist nr. 1 ter plekke vermanend toespreken, of van pure schaamte een snoekduik in het koolzaad nemen. Een paar dagen later was het Terrorist nr. 2 die zich van haar minst multiculturele kant liet zien, toen twee dames met hoofddoeken en lange fladderende jurken ons pad kruisten. “Oooh mama!” riep ze, een priemend wijsvingertje op de vrouwen gericht: “Kijk, een spook!”. Natuurlijk, peuters zijn ongeleide projectielen, de helft van wat ze uitkramen raakt kant nog wal. En hoewel ik zweer dat mijn kroost dergelijke beschamende uitlatingen niet van mij heeft, drong zich toch een verontrustende gedachte aan mij op. Voed ik de Terroristen op tot kleine provincialen? Dat is misschien nog tot daaraan toe. Maar xenofóbe provincialen, dat gaat mijn doorgewinterde Amsterdamse moederhart toch echt te ver. Zien mijn kinderen echt zo weinig diversiteit?

Toegegeven, mijn gezin is Hollands glorie ten top. Man, vrouw, twee hoogblonde kindertjes, ook nog een jongen én een meisje, op een boerderij op het Nederlandse platteland. Alleen nog een rij klompen op de mat en het plaatje is compleet. Wat dat aangaat passen we dus prima hier op het platteland. Echter, hoe kan het dat manlief en ik zelf zijn opgegroeid tussen de debatten over de multiculturele samenleving en van jongs af aan al onverschillig tegenover het kleurverschil op de wangen van onze leeftijdsgenootjes stonden, maar onze eigen kinderen een moslima als een soort buitenaardse entiteit beschouwen? Natuurlijk is het fijn dat de Terroristen op ons afgelegen landgoed onbezorgd en beschermd kunnen opgroeien, maar toch knaagt soms mijn maatschappij-kritisch geweten: is bescherming niet hetzelfde als vervreemding?

Terrorist nr. 1 zit sinds kort op school, in een dorp een paar kilometer verderop. Ik sta dus al weken dagelijks twee keer per dag op het schoolplein. En in al die tijd heb ik nog geen enkel buitenlands kindje voorbij zien komen. Als de bel gaat, wordt het schoolplein verlicht door witblonde hoofdjes in de zon. Daar kunnen de zogenaamde elite scholen in Amsterdam-Zuid nog een puntje aan zuigen. Op mijn eigen basisschool zaten kinderen van verschillende pluimage. Alhoewel het een school in het centrum van de stad was, met een hoge concentratie lelieblanke grachtengordel kindjes, wist ik als kleutertje al dat niet iederéén een Arisch uiterlijk had. Ik kan me nog de speelafspraakjes herinneren bij mijn Surinaamse vriendinnetje, wiens moeder altijd zelf spekkoek maakte. Of hoe irritant dat Joegoslavische jongetje was, dat me in het speelkwartier altijd plaagde. Manlief was van kinds af aan helemáál goed geïntegreerd in de multiculturele samenleving, aangezien hij op school zat in de Bijlmer en dus als blank jongetje bijna een bezienswaardigheid was. Die 1.95 meter had hij zonder al die spekkoek nooit gehaald. Onze vrienden in Amsterdam buigen zich over de vraag of ze hun kinderen naar een ‘witte’ of een ‘zwarte’ school moeten doen. Wij moeten met een vergrootglas zoeken naar speelkameraadjes die niet afstammen van een lange generatie melkboeren. Alsof de dilemma’s van de huidige samenleving ophouden waar de weilanden beginnen. Veilig, onbezorgd? Ja. Realistisch? Nee.

Zowel manlief als ikzelf hebben het grootste deel van ons volwassen leven doorgebracht in Amsterdam-Oost, waar de Turk naast de Albert Heijn veel goedkopere en bovendien kwalitatief betere groenten verkocht, onze Antilliaanse buren zomers hun bankstel door het trapportaal propten om met de hele familie buiten op de stoep te kunnen zitten en ik me met grote regelmaat klem vrat aan de suikerzoete baklava van het Turkse winkeltje op de hoek. Verschillende kleuren, verschillende gebruiken, maar wel in hetzelfde slecht onderhouden appartementencomplex van de woningbouwvereniging. Wij als Hollandse kaaskoppen iedere vrijdagavond aan een broodje Döner en de veelkoppige Surinaamse familie onder ons achter een bord boerenkool met worst. Hier in de supermarkt verkopen ze niet eens verse rode pepers, dus ik denk dat we een hoekje in de moestuin moeten maken voor het kweken van uitheemse specerijen. Iedere keer twee uur naar de randstad rijden om boodschappen te doen is tenslotte ook zo tijdrovend.

De Terroristen vreten nu al het liefst alleen maar aardappels, dus als ik mijn kinderen niet als totale boeren de wereld in wil sturen, vrees ik dat er werk aan de winkel is. Waarschijnlijk staan we bij de Doetinchemse glaszettersbond inmiddels al bekend als ‘die rascisten op die boerderij’, maar misschien kan ik onze reputatie bij de Marokkaanse gemeenschap nog redden als ik de baklava bij Terrorist nr. 2 introduceer. De liefde en acceptatie van een peuter kun je tenslotte nog gewoon kopen met een flinke dosis suiker. Dat scheelt ook weer een debat. Hoogblonde genen en een boerderij in de klei zijn nou eenmaal geen excuus voor wereldvreemdheid. Ik wil mijn kinderen leren méér te omarmen dan alleen de Achterhoek. En ik kan zelf helaas geen spekkoek maken. Dus daarvoor zullen ze toch verder dan die weilanden moeten kijken.


1 comment:

  1. Het komt uiteindelijk vast wel goed, als ze wat ouder zijn leren ze het vanzelf. Tenminste als je jouw kinderen natuurlijk aanleert niet racistisch te zijn.

    ReplyDelete