Spoorloos

12:50 PM 2 Comments

Je hoort weleens van die verhalen over ouders die hun kinderen kwijtraken. In een pretpark, op het strand, of gewoon tijdens het boodschappen doen. Ik vond dat altijd moeilijk te begrijpen, want hoe kun je nou je eigen kind kwijtraken? Daar let je toch gewoon op? Ik was mijn kind nog nooit kwijtgeraakt, niet in de supermarkt, niet in de speeltuin en zelfs niet in Stanford Mall in Californië, waar het altijd zwart zag van de veel te rijke, kooplustige Amerikanen. Ik kan niet ontkennen dat ik enigszins last had van het ‘Superieure Moeder Sydroom’.

Maar dat was voordat Terrorist nr. 2 kwam. Nu, bijna twee jaar na haar geboorte, heb ik weinig last meer van grootheidswaanzin op moederschapsgebied. Terrorist nr. 2 loopt namelijk weg. Zodra ze de kans krijgt, neemt ze de benen en ben ik mijn dochter kwijt. Ze was nauwelijks zeven maanden oud toen ze opeens niet meer op haar speelkleed in de woonkamer bleek te liggen, waar ik haar vijf minuten daarvoor had achtergelaten. Triomfantelijk zat ze bovenaan de trap, waar ze eigenhandig opgeklommen was. Ik heb nog drie dagen hartritmestoornissen gehad van de schrik. Een week voor haar eerste verjaardag liep ze los en toen was het hek helemaal van de dam.

Sindsdien doe ik de hele dag eigenlijk niks anders meer dan haar zoeken. Als je met Terrorist nr. 1 boodschappen gaat doen, dribbelt hij netjes naast het winkelwagentje mee, op straat geeft hij keurig een handje en in de speeltuin komt hij melden van welke glijbaan hij gaat. Zijn zusje ben ik echter al verloren in diverse supermarkten, bij de Gamma en in een restaurant. Een pak melk uit de koeling pakken is genoeg om Terrorist nr. 2 nog net de hoek van de zuivelafdeling van de Jumbo om te zien schieten. Vervolgens moet Terrorist nr. 1 drie kwartier tussen de Mona toetjes zitten wachten, terwijl hij zijn moeder hysterisch tussen de schappen door ziet rennen, in een poging met dezelfde hoeveelheid kinderen naar huis te gaan als ze vertrokken was.

Het blijkt dan ook een catastrofale fout te zijn geweest om Terrorist nr 2. een hectare tuin te verschaffen. Want tot mijn grote schaamte moet ik ondertussen toegeven dat ik niet alleen zo’n moeder ben die haar kind regelmatig kwijt is, maar ook nog een moeder die haar kind zelfs in haar eigen tuin niet in de smiezen weet te houden. Laatst zag ik haar opeens bij de boerderij van de buren staan, zo’n halve kilometer verderop. Een klein blond stipje, heel in de verte. Drie minuten daarvoor had ze nog naast me in de zandbak zitten spelen. Toen ik, hijgend van het sprintje dat ik had getrokken, bij haar aankwam en vroeg wat ze daar in vredesnaam aan het doen was, haalde ze haar schouders op en zei: “Ik loope gewoon weg, hoor mama”.

Ik hoef niet meer aan sport te doen, want ik ren de hele dag in paniek rondjes om mijn eigen huis. Als ik geen topzware motorgrasmaaier door mijn tuin duw, zoek ik mijn dochter. Terwijl Terrorist nr. 1 braaf stationair blijft zitten en af en toen aanwijzingen geeft (“Volgens mij staat de varkensstal nog open, mama!”, of “Je kunt ook even onder die bramenstruik kruipen”) marcheer ik met het angstzweet op mijn hoofd over mijn landgoed. En net op het moment dat ik manlief heb gesommeerd met 140 over de snelweg naar huis te komen rijden, omdat onze dochter ontvoerd is en ik op het punt sta de politie te bellen, klinkt er onderdrukt gegiechel in de verte.

Midden in het weiland, totaal onzichtbaar, zelfs voor het meest geoefende moeder-oog, vind ik dan Terrorist nr. 2. Verborgen tussen het koolzaad, stikkend van het lachen. Ik overweeg mijn kind te latten chippen met een GPS tracking systeem. Of als dat bij mensen niet mogelijk blijkt te zijn, leg ik haar maar buiten aan de hondenketting. Misschien dat dat een schending is van de kinderrechten, maar anders is er geen andere optie dan de boerderij verkopen en terug gaan naar de stad. Want misschien dat het me op een Amsterdams balkon nog net lukt om mijn dochter niet kwijt te raken.

2 comments:

  1. Whahahaha, zo herkenbaar (en toevallig ook een topic waar ik al een halve draft over had geschreven!!!). Ik had minder last van het SMS-syndroom toen ik mijn Muppet kreeg. 1 van mijn broers liep vroeger namelijk al noodgedwongen met zo'n tuigje om in de Efteling of gewoon tijdens het boodschappen doen. Hij was ook binnen no-time 4 verdiepingen hoger in de V&D te vinden terwijl jij aan het pinnen was.

    ReplyDelete
  2. Hahaha, hilarissch! Ontzettend leuk geschreven ;)

    ReplyDelete